Historisch Genootschap Waddinxveen

Lezing Hollandse Waterlinie

Verslag lezing over de inzet van water als verdediging van ons land

Dinsdag 27 augustus 2019 hield het Historisch Genootschap Waddinxveen in de Rijnlandzaal van L’ Unie hotel Waddinxveen een lezing over hoe water door de jaren heen ingezet werd bij de verdediging van ons land. Voor ruim veertig leden van het HGW vertelde Jan van Es van de Stichting Oude Hollandse Waterlinie aan de hand van een groot aantal afbeeldingen een boeiend verhaal over delen van het land onder water zetten, met als doel: de landsverdediging.

Hoewel water niet altijd een goede verdediging tegen bezetting was (de Vikingen kwamen juist over water en bij vorst is ijs geen belemmering) is het onder water zetten van (delen van) het land al heel lang een succesvol toegepaste verdedigingsstrategie geweest. Reeds de Romeinen hadden een verdedigingslinie vanaf de Zwarte Zee tot de Noordzee via de Donau, Rijn en Oude Rijn, met veel versterkte burchten en forten. Ook bij de bevrijding van Brielle op 1 april 1572 speelde water een belangrijke rol. De plaatselijke timmerman sloeg gaten in de sluisdeuren, waardoor het land rondom de stad onder water kwam te staan en zo het Spaanse leger kon worden tegengehouden.

Honderd jaar later (1672) werd vanaf de Zuiderzee (Muiden) tot aan Gorinchem een verdedigingslinie opgericht om het graafschap Holland te verdedigen tegen het Franse leger. De stad Utrecht, onder beheer van de Bisschop van Utrecht, viel buiten deze linie. De steden zelf konden veelal goed worden verdedigd door grachten en muren met poorten, maar op het platteland had de vijand vrij spel. De linie kon onder water worden gezet, waardoor er zo’n vijftig cm water op het land kwam te staan. Omdat de sloten en andere diepere delen niet meer te zien waren, konden oprukkende legers worden tegengehouden. Dat boeren in onder andere Waddinxveen niet blij waren met het onder water zetten van de landerijen moge duidelijk zijn. Ze kregen geen enkele vorm van compensatie. Bij Goejanverwellesluis (ten oosten van Gouda) was de verdedigingslinie erg smal. Daarom werd deze mede verdedigd door de Goudse Schutterij. Hier werd ook het enige fort (Fort Wierickeschans) in de Oude Hollandse Waterlinie opgericht.

Vanaf 1815 werd een nieuwe verdedigingslinie gebouwd, de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die ten oosten van Utrecht lag, waardoor de stad Utrecht binnen de verdedigingswerken kwam te liggen. Ten tijde van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog dacht men nog dat met de Nieuwe Hollandse Waterlinie de Duitsers wel konden worden tegengehouden. Maar de luchtaanval op Rotterdam toonde het tegendeel aan. Dat ook de Duitsers zelf geloofden in de hulp van het water tegen een mogelijke geallieerde aanval over land, blijkt uit de bouw van de Vordere en Hintere Wasserstellung. De Vordere Wasserstellung liep onder meer ten westen van het Noordeinde tussen Waddinxveen en Boskoop door het huidige Bentwoud.

Als laatste voorbeeld van een waterlinie noemde Van Es de verdedigingswerken in de IJssel bij Olst. Hierdoor kon in de tijd van de Koude Oorlog, bij een mogelijke aanval door de Russen, een deel van de Veluwevallei tussen de Veluwe en de IJssel onder water worden gezet en zo het westen van het land worden beschermd.

H. Revoort

 

 

 

 

 


Cultuurhistorie van de Parel aan de Gouwe