Historisch Genootschap Waddinxveen

Vertelbank 10: Dorpstraat

Onder constructie

Voorzijde

Linksboven

Hier ziet u het fabriekspand  uit 1894 van meubelfabriek Van der Loo op de hoek van de Dorpstraat* en de Jan Dorrekenskade. In 1838 was H. van der Loo begonnen als timmerman, slotenmaker en aannemer. Zijn bedrijf werd voortgezet door A. van der Loo die ronde stokken gaat draaien en latten zaagt voor het destijds veel toegepaste betengel behangen. Men bevestigde  latten (tengels) aan de muur en spande daarop het behangerslinnen.  Daarover werd dan weer het behang geplakt.

Het bedrijf groeide uit tot fabriek  van voornamelijk zitmeubelen en kasten, en specialiseerde zich later  in fijne betimmeringen van  kantoren, schepen en luxe jachten.  Door de hoge kwaliteit van zijn producten wordt Van der Loo benaderd door de scheepswerf van Van Lent op Kaageiland. Dat bedrijf bouwt luxe jachten en stelt zeer hoge eisen aan de kwaliteit van zijn toeleveranciers. Van der Loo kan die kwaliteit leveren. In 1985 wordt het Waddinxveense bedrijf zelfs door Van Lent ingelijfd  en in de jaren 90 naar Coenecoop  verplaatst, alwaar het nog steeds actief is.

Rechtsboven

Hier heeft men zicht op de Dorpstraat* – in vroeger tijden Heereweg geheten – richting Boskoop. Deze weg is ontstaan in 1233  op pakweg een voorling  van de Gouwe (een voorling is een oude lengtemaat van ca. 1250 meter). Het tussenliggende gebied werd ontgonnen voor elementair agrarisch gebruik zoals veeteelt en de verbouw van hennep.

De Heereweg werd een belangrijke noord-zuidverbinding  en gaf via de  Kerkweg aansluiting op de belangrijke vaarweg de Gouwe. Later ontwikkelde de Heereweg zich tot een locatie met  allerlei economische activiteiten. Hij zou van lieverlee de oudste dorpskern van Waddinxveen worden.

Links de panden  van Hoogendoorn (later Rechters), slagerij Storre  (later Kerver), Van der Linde, Doornheim en bakker Broer. In die rij woonde ooit ook Dirk Verheul, die in 1900 achter zijn huis een wagenmakerij begon. Hij bouwde die uit tot carrosseriebedrijf en betrok in 1931 een grotere fabriek aan de Jan Dorrekenskade (later was  aannemingsbedrijf Rehorst hier gevestigd). In 1938 verhuist Verheul naar de Henegouwerweg naar een groot pand, dat in 2018 werd afgebroken.

Rechts op deze foto zien we o.a. het hoge pand waar Teun Ververs omstreeks 1958 het eerste cafetaria van ons dorp begon. Het was een drukbezocht trefpunt voor de Waddinxveense jeugd. Als je vaste klant was, mocht je in de huiskamer tv kijken. Later is de zaak  door Gert Jan van der Loo en M. van Zanten voortgezet.

Het pand met het uithangbord Kleine Bazaar was van de familie Van der Wal, die ook aan de Nesse een speelgoedwinkeltje had.

De Dorpstraat was een straat met zeer veel winkels waar de mensen boven of achter de winkel woonden. Zo waren er

  • drie kappers: De Waal, Van de Water en Binnenkade;
  • drie slagers: Storre  Van Tilburg, Joh. Zwijgers en dan nog de noodslachter Straver;
  • drie bakkers: W.Broer, P. Verheul (later Los) en Huizer;
  • vier schoenmakers: Doornheim, Jongejan, Peridon en Streng;
  • drie tabakswinkels: Tijsterman, Sonneveld en Van Vuuren.

Daarnaast werden er in de jaren vijftig en zestig geweldige  feesten georganiseerd met optredens van o.a. tante Leen, Johny Jordaan en Toby Riks. De hele bevolking liep ervoor uit!

Rechtsonder

Op deze luchtfoto, genomen omstreeks 1980 zien we linksboven de Jan Dorrekenskade waar al nieuwe huizen worden gebouwd. Haaks daarop loopt de Dorpstraat naar rechtsboven.

Op de punt rechts onderin zien we het pand waar van Pruisen zijn bloemenwinkel had en dat nog even als politiebureau heeft gediend. De donkere vlek ernaast is de boom die ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard is geplant in 1937. Daartegenover is ook de inrit naar de Heuvelhof, gebouwd in 1979, zichtbaar. Op die locatie was voorheen de meubelfabriek van Modderkolk en Dijs gevestigd die later werd overgenomen door Kempkes. Deze foto geeft goed het gebied weer waar zich het Ouwe Dorp heeft ontwikkeld.

Het donkere deel boven in de foto is de Achterofse polder met de boerderijen van Spruyt en Borg met het onverharde weggetje naar rechts waar het bij de toenmalige Witte Brug aan sluit op de overgang Dorpstraat – Nooreinde.

De donkere streep is de Ringvaart die in vroeger tijd de vaarverbinding was om vanuit Rotterdam via de Rotte en Donderdam en de toenmalige sloot lang de Kerkweg en het verlaat bij de Nesse naar de Gouwe te komen. Dat was een sluiproute om de hoge tolgelden die Gouda berekende te ontlopen. De Witte Brug zal in die tijd  wel een ophaalbrug zijn geweest om beladen boten door te laten.

De polder Achterof was ooit een moerasgebied dat voor turfwinning werd afgegraven en de naam Noordplas kreeg. Dat zelfde is later ook gebeurd in de Zuidplaspolder en de Puttepolder tussen  onze Kerkweg en Boskoop. De door turfsteken en slagbaggeren gewonnen turf diende voor verwarming voor de bevolking maar een groot deel werd afgevoerd voor de ca 150 bierbrouwerijen in Gouda. Het was een belangrijke economische activiteit maar het betrokken werkvolk leed een zwaar en zeer sober leven.

De plassen waren dermate groot en diep dat het gevaar van dijkdoorbraak en overstroming een steeds groter gevaar voor mens en dier werd. Er zou dan een enorme binnenzee ontstaan. Om een ramp te voorkomen moest de Waterwolf gestopt worden.

In 1765 is de Noordplas, in 1840 de Zuidplas en in 1875 de Putteplas drooggemaakt.

Foto linksonder

We kijken richting Plasweg waar links een nog geheel  maagdelijk  landschap te zien is.

Rechts begint de Onderweg naar Moerkapelle waar zich  tot “Eigen Haard”  slechts drie boerderijen bevinden die destijds door een Koetsier werden gepacht, respectievelijk door Maarten, Pleun en Piet.

Het eerste huis  is “Huize Marianne”, ooit gebouwd door L Koetsier en later bewoond door tuinder en zaadhandelaar  A. Oudijk. Vervolgens staan er twee onder een kap en daarna de statige villa “De Schouw” waar J. ( Jan sr.) Verheul van het gelijknamige bedrijf woonde.

Links op het kavel voor de Sniepweg staat later de villa “Plasrode”  waar Phlip Dijs van de meubelfabriek heeft resideerde en wat later de ambtswoning werd van burgemeester C.A. van der Hooft.

Achterzijde

Foto linksboven:

Geheel rechts  het pand van garage van Nielen met uithangbord van Chevrolet en de toen nog enige benzinepomp in ons dorp. Dan het “Regthuis” met een  rijk verleden. Hier was onder ooit de herberg Sint Joris gevestigd en boven hielden   Schout en Schepenen van Waddinxveen zitting, werd recht gesproken en ander delicate zaken afgehandeld. Het pand stamt uit begin 17e eeuw. Als de drie verschillende gemeenten  per 1870 een gemeente Waddinxveen wordt  verliest het zijn functie als rechthuis en wordt voortaan vergaderd aan een pand in de Nesse.

In later jaren wordt het ijssalon Droog, slagerij van Tilburg en boven woont Apolonia van Heezik  de hospita van de toen jonge onderwijzer J. Geel.

De rechts geparkeerde auto is waarschijnlijk van dokter Bruins Slot die zijn auto voor het oude koetshuis heeft gestald. In dat pand heeft later Thijs van den Berg zijn taxibedrijf en fietsenreparatie. Thijs reed taxi in een grote slee van het merk Chevrolet maar de teller is waarschijnlijk nooit boven de zestig km/ uur gekomen. Het leverde hem de bijnaam: “Thijs de Slak” op.

Daar achter met de donkere kap was het boerderijtje van Olie, later zat daar  constructiebedrijf Been en nu M.Bakker de groenteman.

Links op de foto zien we het A.N.W.B. bord en erachter het pand van de tabakswinkel van Sonneveld. Daar ging je heen voor sigaren, shag, sigaretten en niet te vergeten pruimtabak.

Daarnaast dan het grote pand met de rechte daklijn wat ooit de woning was van  burgemeester Tuimelaar. Nadien was kapper Bertus de Waal er gevestigd die maar een enkele stijl knipte  nl. “de bloempotcoup”. Er stonden twee stoelen met een omklapbare leren zitting. Als zaterdags de mannen binnen kwamen om geschoren te worden werden  nieuwtjes uitgewisseld en sterke verhalen opgedist. Bertus zeepte je in met kwast en de “Vergulde Hand” zeep , zette het mes aan op een brede leren riem en fatsoeneerde de klant

met vaste hand terwijl hij zijn, altijd  diplomatieke, bijdrage aan de soms verhitte gesprekken bleef leveren. Zo konden de “gladjanussen”weer netjes en bijgepraat thuis komen.

 

Foto rechtsboven:

De twee panden met klokgevel zijn van oudsher doktershuis geweest. Gebouwd in ca 1845  en achtereenvolgend bewoond door dokter J.P.H. Nourisse, C.W.Corts, Bruins Slot, Samplonius, E.M.L. Hemminga, J.Hemminga en tot slot J.H.Voskamp.

Tot ca 1970 was het praktijk met apotheek.

Verderop kwamen de panden van bakker P. Verheul later P. Los, garage C. Kool. groenteboer Zwijgers (nu Cammeraat) , Burgertaxi, Burger boekhandel ( nu Visser) , van Erk lampekappen, Peridon schoenen , Bikker Sparwinkel (later Janus v.d. Sluis). Ook was hier de houtwarenfabriek van de Waal gevestigd waar stelen voor spaden , hooivorken etc. werden gedraaid.

Aan de rechterkant  achter de eerste boom de boerderij van Olie en daarnaast de smederij van L Verhoef die aan de weg een travaille had staan waar tot ca 1960 nog paarden werden beslagen. Weer verderop kleine zgn. daggeldershuisjes en even verder de boerderij van Jan Piet de Zwart. Die had Bertus Olie als buurman en dat was een waaghals op de motorfiets.

Bertus liet zich uitdagen om met zijn motor over de boog van de spoorbrug over de A 20 bij Moordrecht  te rijden. De stuntman heeft met ware doodsverachting de weddenschap gewonnen  maar het moet toch een schrikbeeld zijn om zo’n 25 meter boven de rails op een boogconstructie van ca. 70 cm breed te rijden.

De vaarroute die vanaf de Witte Brug voorlangs  de kleine huisje liep ging met een bocht om de smederij van L.Verhoef  heen en kwam naast het pand van J. van Heezik weer in de Kerkwegsloot.  Dat was de sluiproute vanuit Rotterdam die werd belemmerd door tal van bruggen en bruggetjes die met draaiconstructie een vrije doorvaart mogelijk moest maken.

 

Foto linksonder:

Links zien we het bordje van de bushalte Citosa. De bus reed via de Kerkweg  door de Dorpstraat en Plasweg naar Zevenhuizen en o.a. Rotterdam.

Links van het haltebord de meubelwinkel van Alblas en ernaast het pand met de vlag was de bakkerij van Willem Broer( nu van Noort) . Daarnaast kwam dan de tabakswinkel annex drogisterij van Tijsterman ( nu Rip) , kruidenier van Rooyen ( nu Bons) en ijzerwinkel C. Borg ( nu Theo den Boon).

Aan de rechterzijde zien we het huis met de derde vlag  dat ooit werd bewoond door ene Uitenbroek die daar achter ook een veestal had. De gier van de koeien liep gewoon over de staat en dat gaf een bedenkelijke situatie als je de Kerkstraat uit of in moest. De voorlaatste bestemming was galanterieen van Cees van Mourik en tot slot een Chinees restaurant.

Bij de lantaarnpaal was tot 1979 de melkhandel van Dirk Kool gevestigd. Nadat het pand in dat jaar was afgebrand is Dirk die voorheen naast de winkel ook langs de deuren ging met losse melk en pap met zijn zoon Gert uitsluitend gaan venten.

Op deze plek heeft Burger daarna zijn boekhandel gevestigd.

Verder had je er Heemskerk voor geluid en beeld, de barbier Binnenkade die ook kleermaker was en tot hoge leeftijd met gekruiste benen in zithouden op zijn tafel zat te verstellen.

In die rij zat ook het winkeltje van de gezusters Rip die snoep verkochten.

Op de hoek met de Kerkweg zien we nog een driewielerautootje staan. Een klein vrachtautootje met  in de cabine plaats voor twee personen en dan nog hoogstens 300 kg goederen bijgeladen kon worden.  Het kantelgevoelig vehikel had  de bijnaam “de ijzeren hond.

 

 

 


Cultuurhistorie van de Parel aan de Gouwe