Onder constructie
De plaats waar u nu staat, was eeuwen geleden een zompig moerasgebied waar je beter niet kon komen. De weinige bewoners van dit gebied groeven het veen waaruit het moeras was opgebouwd af en gebruikten het als brandstof, aanvankelijk alleen de bovenlaag. Die was makkelijk te winnen. Maar de behoefte aan brandstof groeide, mede door de vele brouwerijen die in Gouda waren gevestigd. Daarom ging men over tot het zgn. slagbaggeren: de winning van het veen ging de diepte in, tot de onderliggende kleilaag. Die laag bevond zich op een diepte van ongeveer zes meter beneden NAP en dat had tot gevolg dat er grote waterplassen ontstonden. Zo zijn de Zuidplas, de Noordplas, het Weegje en op deze plek dus de Putteplas ontstaan. De Putteplas reikte van de Kerkweg tot aan Boskoop met de Gouwe als oostelijke begrenzing en het Noordeinde, toen nog bekend als Heerenweg, aan de westzijde. De begrenzing van die plassen bestond uit smalle stroken grond – een dijk – met een weg waaraan mensen gingen wonen. Met stormachtig weer was het daar niet altijd veilig en het opgezweepte water sloeg dan menigmaal over de dijk, of erger, sloeg de dijk gedeeltelijk weg. Het gevaar bij storm en de angst van de bewoners voor de waterwolf was de reden dat men in latere tijd plannen ontwikkelde om de plassen droog te malen. Zo werd de Zuidplas in 1839 drooggemalen, de Noordplas in 1765 en ten slotte de Putteplas in 1872.
De gronden waren na het graven van sloten en afwateringskanalen geschikt voor akkerbouw en veeteelt. In de Puttepolder was de grond niet heel erg vruchtbaar en was naast een klein deel akkerbouw met granen, aardappelen en bieten het grootste deel als weidegrond bestemd voor de veeteelt. In 1934 werd de spoorlijn Gouda-Alphen aan den Rijn aangelegd. De functie van de Gouwe als medium voor transport van goederen en personen deels door de treinen overgenomen.
Omstreeks 1958 begint Waddinxveen aan een groeispurt, in rap tempo worden huizen in de Oranjewijk gebouwd en met de ludieke plaatsing van een ooievaarsnest op de Hervormde Kerk aan de brug wil burgemeester C. A. van der Hooft duidelijk maken dat ons dorp moet groeien. Als de gronden aan de oostkant van de spoorlijn nagenoeg volgebouwd zijn, komt de westkant van de Puttepolder aan de beurt en worden de Groenswaard en Peuleyen in rap tempo volgebouwd.
Met al die nieuwbouw en de vele jonge gezinnen als bewoners neemt de behoefte aan scholen enorm toe en zo zien we dat in alle wijken van het uitdijende dorp scholen worden gebouwd.
Foto 1.
Hier op deze plek werden de Koningin Julianaschool en de Mgr. Bekkerschool gebouwd. Beide scholen trokken leerlingen van resp. protestantse en katholieken huize. De Julianaschool kon pas worden gebouwd nadat De C.N.O. ( vereniging voor Christelijk Nationaal Onderwijs ) ook rijkssteun zou krijgen en als bijzondere school qua financiering werd gelijkgesteld aan de andere scholen. In een later stadium werd aan de basisschool een kleuterschool (Woelwater) toegevoegd.
Op de foto zien we achter de K.J.-school de gebouwen van de r.-k. Mgr. Bekkerschool die grenst aan het Jan van Bijnenpad dat naar de Chopinlaan loopt. Ook aan deze basisschool is een kleuterschool verbonden . De Mgr. Bekkerschool gaat later een fusie aan met de Klaas de Vriesschool van de Jacob Catslaan en wordt dan omgedoopt tot de Regenboogschool . Die naam verbeeldt de gedachte basisonderwijs van begin tot eind. We zien op de foto links achter het Anne Frankcentrum in aanbouw.
De spoorlijn snijdt ons dorp in een oostelijk en westelijk deel, wat een grote belemmering voor de bereikbaarheid tussen de diverse woonwijken bleek te zijn.
2.
Om de beide woongebieden met elkaar te verbinden wordt de Willem Alexandertunnel gebouwd. Onder grote belangstelling vindt op 11 november 1968 in het bijzijn van mr. Klaaszes , Commissaris van de Koningin en burgemeester C. A. van der Hooft de opening plaats (foto 8). Ruud Koger (1989), een kunstenaar uit ons dorp met meerdere muurschilderingen op zijn naam, heeft in 2013 met zo’n tweehonderd spuitbussen in diverse kleuren de wanden van de tunnel versierd met beelden van componisten als Mozart, Chopin, Beethoven en Vivaldi, welke namen we terugzien in het stratenplan van deze wijk.
De bevolking van ons dorp nam vrij snel toe: sinds de Tweede Wereldoorlog van ongeveer 8.000 naar 20.000 inwoners in 1975. Ook de toenemende behoefte aan bejaardenwoningen werd voelbaar. Eerst werden er kleine woningen voor senioren gebouwd achter de Kerkweg tussen de spoorlijn en de Juliana van Stolberglaan. Daarna werd Huize Souburgh gebouwd waarvoor weer veel van die eerste huisjes moesten wijken. Bij een volgende uitbreiding werd alles afgebroken.
Intussen praatte men veel en werden er plannen gesmeed totdat in opdracht van de Stichting Bejaarden Huisvesting architectenbureau Stuurman een ontwerp maakte voor het Anne Frankcentrum aan het Jan van Bijnenpad. Het plan werd na veel financiële perikelen door de raad goedgekeurd en op 20 maart 1969 mocht wethouder F.M. van Tol de eerste paal slaan, waarna op 17 november 1970 het nieuwe bejaardencentrum officieel werd geopend. Naamgever was de 18-jarige Ada van Steyn, die kennelijk de correlatie zag tussen Jan van Bijnen, Johannes Post, Peter Zuid, bekend als verzetsstrijders tijdens de oorlogsperiode en Anne Frank. De maandhuur voor een driekamerappartement was toen fl. 350,- (€ 160,- nu).
Foto 5.
Linksachter op de foto zien we het Anne Frankcentrum en ernaast de C.A. van der Hooftstaete. De Koningin Julianaschool linksonder met rechts de gymzaal die, nadat de scholen al waren afgebroken, wegens gebrek aan een alternatief in gebruik moest blijven tot herfst 2024.
Pas na afbraak kwam het gebied als bouwkavel beschikbaar voor de C.P.O.
Foto 6.
Dit gebouw met appartementen voor zelfstandig wonende senioren werd in 1995 geopend door mevr. L. Oosterbroek-Waagmeester, die hier bloemen aanbiedt aan de dames E. Kempkes en A. Verbake-van der Hooft. De laatste was een dochter van de voormalige burgemeester.
Foto 7.
Onder in beeld zien we de Petteplas, de Kerkweg en de spoorovergang. Rechtsmidden het Anne Frankcentrum met daarvoor de kleuterschool die voor de bouw van de C.A. van der Hooftstaete moest wijken.
Tussen de patiowoningen langs de Chopinlaan en het appartementen complex “De Vrijheid” aan het Jan van Bijnenpad is een binnentuin aangelegd met de naam Hannie Schaftplantsoen. Ook hier weer een relatie met de Tweede Wereldoorlog. Hannie Schaft (Haarlem 1920) is in Haarlem geboren en was een communiste die zich in de oorlog enorm verdienstelijk heeft gemaakt in het verzet. Haar roepnaam was Jo of Jopie, maar zij werkte onder de schuilnaam Hannie.
3
vervolgens deed zij staatsexamen Latijn en Grieks en studeerde aan de universiteit van Amsterdam Volkenkunde.
Daar kreeg zij vriendschap met twee Joodse medestudenten en voelde zich geraakt door de Jodenvervolging. Zij ging in het verzet waar ze heel actief werd en bekend als het “meisje met het rode haar”. Ze pleegde diverse aanslagen op Duitsers en landverraders tot ze op 21 maart 1945 werd gearresteerd in bezit van verboden lectuur en een wapen en in Amsterdam gevangen werd gezet.
Net voor de bevrijding werd zij op 17 April 1945 in de duinen bij Bloemendaal geëxecuteerd.
Als eerbetoon zijn scholen en straten naar haar vernoemd en ontving zij postuum het Nederlands Verzetskruis en de Amerikaanse Medal of Freedom.
Er zijn zes boeken over haar verschenen , twee films uitgebracht en zij wordt jaarlijks herdacht met een kerkdienst en kranslegging bij haar graf op de Erebegraafplaats te Bloemendaal.
Dat het appartementengebouw de naam “De Vrijheid “heeft gekregen berust dus niet op toeval al kan het ook gerelateerd zijn met de mogelijkheid om hier in particulier initiatief woonruimte voor senioren te realiseren.
Om de geschiedenis van deze locatie te waarborgen worden door de CPO in samenwerking met het Historisch Genootschap Waddinxveen in de binnentuin twee zgn. vertelbanken met een groot fotopaneel geplaatst. De foto’s geven een beeld van een recent verleden weer.