Historisch Genootschap Waddinxveen

G. Mulleman

Interview met de heer  Gerard Mulleman   te Gouwestaete,  Gouda                                       29-3-2017                                                                         opgetekend door  Aleid Abels – de Jong
[Van dit interview is ook een pdf-versie beschikbaar, inclusief foto’s. Klik voor de pdf-versie hier.]
 

 

  • 1 Introductievragen:

 

  • Naam                         Gerard (G.Th.B.) Mulleman
  • geboortedatum 30-8-1928, Oranjelaan 32 te  Waddinxveen
  • geboorteplaats Gouda
  • hoe lang woonachtig in Waddinxveen? 86 jr
  • Ouders: waarvandaan afkomstig? Beroep? Vader:  Johan Mulleman Waddinxveen, moeder: Wietske Mulleman- Leemeijer  te Gouda
  • gezinssituatie ouderlijk huis 3 broers, 2 zussen, Gerard was de oudste.
  • kerkelijke gezindte                                                                         RK
  • opleiding                                                                                       Mulo A en B, HBS, Soc. Wetenschappen.
  • beroep                             Directeur Meubelfabriek Van Berkesteijn
  • burgerlijke staat                                                                       M, Weduwnaar
  • was getrouwd met Jeanne van Berkesteijn 24-5-’51

 

Gerard (G.Th.B.) Mulleman is geboren op 30-8-1928 te Waddinxveen en heeft daar 86 jaar gewoond. Na het overlijden van zijn vrouw Jeanne Mulleman-van Berkesteijn (19-7-2014) is hij ruim 2 jaar geleden verhuisd naar Gouwestaete te Gouda aan het Van Bergen IJzendoornpark.

Jeugd en school: Zijn moeder kwam uit Gouda en zijn vader uit Waddinxveen, waar hij meubelmaker was bij de fa. Matse. Het gezin bestond uit 6 kinderen: Gerard had 2 zussen en 3 broers. Hij werd Rooms Katholiek opgevoed. Het gezin woonde in de Oranjelaan in een huurhuis van Grootvader Mulleman, waar Gerard is geboren.

Personeelsleden Van der Loo. Links Rob Noteboom, daarnaast vader Mulleman met hoed

Zijn ouders kozen voor de r.k. Jozefschool en verhuisden van de Oranjelaan naar Burgemeester Trooststraat 5, zodat de afstand naar school korter zou zijn. Er was nog geen kleuterschool en Gerard ging naar de lagere school met ± 7 jaar.  In die tijd was 1 april de peildatum waarop je 7 jaar moest zijn om naar school te mogen.  Ook was hij met hart en ziel misdienaar in de St. Victorkerk en zat hij op de Verkennerij, een Rooms Katholieke padvindersvereniging.                                                                                                                                                                        Daarna volgde Gerard tijdens de oorlog vanaf 13 jaar de mulo. Gerard wist al vroeg wat hij wilde: n.l. mulo A en B tegelijk halen, wat  op de openbare mulo in Gouda kon, maar zijn ouders wilden hem erg graag op een r.k. school hebben. Echter op de r.k. mulo In Boskoop, waar hij 3 jaar op school zat, kon je alleen A halen. Toch haalde hij er uiteindelijk examen A en B.  Daar ging heel wat aan vooraf! In Gouda heeft hij 14 dagen in de 4e klas op school gezeten. Maar toen kwam er een brief van Seyss Inquart, de Duitse bevelhebber in Nederland, die hem zei terug naar Boskoop te gaan. De onderwijzer te Boskoop had n.l. bezwaar aangetekend, omdat hij anders te weinig leerlingen zou hebben en de klas daar te klein zou worden om die te kunnen laten draaien. Omdat Gerard per se A en B wilde doen (!) is hij met het hoofd in Boskoop gaan praten en heeft hij de onderwijzer onder druk gezet. Gerard heeft toen extra bijlessen in de avond gehad, zodat hij in hetzelfde jaar ook mulo B kon doen.  Zijn hele schooltijd was gedurende de 2e wereldoorlog.                                                                                                                                                                                                      Vervolgens wilde Gerard naar de HBS. Voor de hand lag de Rooms Katholieke HBS te Leiden. Zijn ouders waren bereid om hem met de trein op en neer te laten reizen naar Leiden, omdat de HBS daar katholiek was, maar de rector ging niet akkoord met de eis van Gerard om in de 4e klas te mogen instromen. Gerard is toen met de directeur van de Rijks HBS te Gouda,  dr. Leest,  gaan praten. Hij stelde dhr. Leest hem dezelfde vraag, waarop hij daar toestemming voor kreeg.  Zijn moeder was er niet blij mee, omdat het geen katholieke school was, maar zijn vader gaf hem fiat en zo behaalde hij in 1947 zijn eindexamen, waarna hij ging werken. Naast zijn baan studeerde hij in de avonduren Sociale Wetenschappen, wat gegeven werd in het Groothandelsgebouw te Rotterdam. Verder deed hij ook een Boekhoudcursus.

Zijn eerste baan  was op een Papierfabriek te Hilligersberg, waar hij kantoorwerk deed. Voor restaurant “de Unie” vertrok ’s morgens om 6.30 u  de bus naar Rotterdam. Na enkele jaren ging hij bij de Rotterdamse Bankvereniging werken op de Coolsingel, die later opgegaan is in de ABN Amrobank. Hem was een soort traineeship in het vooruitzicht gesteld; hij zou de hele bank doorlopen om een allround bankman te worden. Maar na 3 maanden eenvoudig kantoorwerk gebeurde er niets. Hij wilde de baas erover spreken en de chef van de afdeling (30 mensen) beloofde een afspraak voor hem te regelen. Ze zaten met 30 mensen te werken op een zaal en de chef hield toezicht of ze wel werkten. De grote baas zat op een kantoortje en aan een rood lichtje zag je dat hij bezet was, bij groen licht kon hij iemand ontvangen Na 2 weken was er nog steeds niets geregeld. Gerard zei tegen zijn chef dat als er in week 3 nog steeds niets geregeld was, hij zijn jas zou aantrekken en opeens zou verdwijnen. Na 3 weken was dat het geval. Hij had toen al een andere baan gezien in de krant bij een kleine bank aan Turfmarkt 30 te  Gouda: Bank Wed. Knox en Dortland, waar hij solliciteerde en gelijk werd aangenomen. Hier heeft hij ettelijke jaren heel prettig gewerkt. Gerard was ondernemend en solliciteerde vervolgens bij de Shell, waar hij werd aangenomen, maar hij moest dan ook tekenen dat hij kon worden uitgezonden naar het buitenland. In die tijd had hij al verkering met Jeanne van Berkesteijn, die hij kende via de jeugdbeweging. Jeanne vertelde haar moeder over Shell en het contract. Haar moeder zei: “Daar komt niets van in” en zo kwam Gerard in 1951 in Stoel- en Meubelfabriek H.A. Van Berkesteijn te werken! Gerard bleef er van ’51-’91 werken, dus 40 jaar. Gerard kende het vak eerst niet, maar was wel de zoon van een meubelmaker en dus werd er thuis veel gesproken over het maken van meubels. Waddinxveen stond in die tijd vol meubelfabrieken en veel mensen vonden daar hun werk in.

 Bank Wed. Knox en Dortland, Turfmarkt 30 Gouda                      Geschiedenis van het pand: Van 1842 tot 1952 was hier een bank gevestigd met inwendig woonhuis, gesticht door de Weduwe Knox en Dortland. Het voormalig bankgebouw van Knox en Dortland aan de Turfmarkt 30-32 is een rijksmonument.  Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in de kluizen van deze bank de ontwerptekeningen (de zogenaamde cartons) van de Goudse Glazen van de Sint Janskerk in veiligheid gebracht evenals glas nummer 15 (de doop van Christus door Johannes). Het gebouw bestond vroeger uit drie panden. Het oudste huis wordt al genoemd in 1359. Eén van de huizen droeg in 1593 de naam ‘t Witte Paert’. Dat pand heeft in 1747 een pakhuis met een uitgang in de Vrouwesteeg. In 1934 wordt de voorgevel vernieuwd en in 1937 vindt er een verbouwing plaats waarbij een bovenwoning wordt toegevoegd.  Het huidige Verzetsmuseum Zuid-Holland is hier nu gevestigd.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        Architect D. Stuurman ontwerpt het in Zakelijk Expressionistische Stijl. Deze stijl is verwant aan de Amsterdamse School en kenmerkt zich door strakke geometrische bouwvolumes. Op de begane grond zijn 5 vensters met traliewerk, waartussen siermetselwerk. In het interieur bevindt zich een fraaie houten draaideur.

2    Oudste herinnering binnen de familie

  • ouders                                vader: meubelmaker                      moeder: huisvrouw, studie Engels, Frans en steno                     gedaan
  • grootouders :     grootvader 1 kleermaker,             grootvader 2:  politie te Gouda
  • eventueel: overgrootouders
  • eventueel: andere familieleden
  • doorvertelde herinneringen (groot)ouders

 

           3  Ouden van dagen (dwz. Herinneringen aan eigen grootouders en hun leefwijze)

  • woonsituatie:            Opa Mulleman had zijn bedrijf onder aan de brug, vlakbij waar nu Bremmer is gevestigd.

Hij had 3 huizen met het oog op pensioen: 1 aan de Oranjelaan en 2 aan de Burg.     Trooststraat, nrs 7 en 9.

  • benadering
  • in hoeverre actief/inactief Opa heeft gewerkt tot hij een beroerte kreeg en het daardoor onmogelijk werd.

 

opoe Mulleman, Johan (vader), tante Dien en opa Mulleman              In het huis met de klokgevel (middenin) was de kleermakerij van opa Mulleman

 

 

De vader van Gerard was meubelmaker en zijn grootvader was kleermaker. Grootmoeder hielp hem soms in de zaak. Ze woonden aan de winkelstraat tussen Neeleman en Bremmer vlakbij de ophaalbrug (de Hefbrug kwam pas in 1936). Offerreins en Slager Streng zaten ook in die winkelstraat. Vlak voor de deur van zijn grootvader was een Weegbrug, nu aan de Noordkade. Hij bouwde in die tijd een huis aan de Oranjelaan 32 en 2 huizen aan de Burgemeester Trooststraat. Het huis in de Oranjelaan bewoonden zijn ouders en later gingen ze verhuizen naar Burg. Trooststraat 7.

Burgemeester Trooststraat 7 (middelste huis)

Grootvader Mulleman maakte kostuums: herenmode. Daarnaast was hij ook de eerste waagmeester van Waddinxveen. De weegbrug van de coöperatieve Weegbrugvereniging lag tegenover zijn huis en werd bediend door grootmoeder vanuit een klein stenen huisje naast de weegbrug. Zij kregen daar de helft van de waaggelden voor. De vrachtwagens werden gewogen met daarop kratten gevuld met kippen, aardappels en vooral suikerbieten. Van de opbrengst kon hij 3 huizen bouwen, voor pensioenvorming. Omdat later de Hefbrug gebouwd zou worden, is er in 1931 een nieuwe weegbrug gebouwd aan de Noordkade. Op 55 jarige leeftijd moest hij stoppen door een beroerte en kon hij niet meer werken. Daarom verhuisde hij toen naar Amsterdam, waar hij en zijn vrouw bij hun dochter gingen wonen. De 3 huizen vormden zijn pensioen. Gerards vader nam hem vele malen achterop de fiets mee naar A’dam en zo hebben ze de grootouders nog regelmatig in vakanties bezocht, met Pinksteren bleven ze 2 nachtjes slapen. Moeder bleef thuis met de kleintjes.

Gerard werd geboren in de Oranjelaan (nr 32), in een huis van zijn opa.

Toen  Gerard op 7 jarige leeftijd naar school ging, verhuisde het gezin naar Burg. Trooststraat 7 richting de school en de kerk, zodat die afstand korter was voor hem. Zijn moeder kon niet fietsen en de afstand naar school was anders erg groot. Zijn ouders wilden hem per se op een r. k. school hebben, daarom kozen zij voor de r. k. Jozefschool. Meer katholieke mensen gingen bij de school wonen en zo ontstond de Victorwijk. Maar de familie Mulleman ging in de Burg. Trooststraat wonen, omdat ze daar ook in een huis van opa konden wonen. De bedrijfsleider van busondernemer Verheul kwam toen in het huis aan de Oranjelaan wonen.

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De familie Van Berkesteijn en de Stoel- en Meubelfabriek H.A. van Berkesteijn BV

 

 

 

 

H.A. Van Berkesteijn woonde met zijn grootouders  in een wit huisje op een idyllische plek op Wilheminakade 32, niet ver van de plek waar nu Meubeltoonzaal Buitenhof staat (grootvader was kweker). Gerard heeft er nog twee schilderijen van in de kamer hangen, geschilderd door J. Guérain, plateelschilder te Gouda (het rechter schilderij is van 1929).  Daar, in een houten schuur, was ook het eerste begin van de meubelfabriek van H.A. van Berkesteijn. De aanvraag tot het bouwen van de schuur is  gedaan op 24-4-1920.  Officiële start van zijn bedrijf is 19-9-1921.

Op 28-12-1923 is er een aanvraag gedaan door H.A. van Berkesteijn tot het verplaatsen van de houten schuur en op een ijskoude winterdag hebben ze die schuur over het ijs geduwd naar waar later een nieuwe fabriek gebouwd werd.

Op 23-01-1924 trouwt H. A. van Berkesteijn en hij koopt een huis aan Wilhelminakade 68, waar zijn dochter Jeanne van Berkesteijn later op zal groeien.

 

 

Carrière Gerard Mulleman bij Van Berkesteijn

 

 Jeanne van Berkesteijn als bruid

 

Gerard leerde Jeanne van Berkesteijn in 1947 op 19 jarige leeftijd kennen via de Katholieke Jeugdbeweging.

Toen Gerard in 1951 trouwde en op voordracht van zijn schoonmoeder bij de fabriek kwam werken, begon hij op het kantoor. Het eigenlijke meubelvak kende hij zelf niet. Wel was zijn vader meubelmaker, net als heel veel Waddinxveners in die tijd. De vader van Jeanne werkte toen volop, maar toen hij ziek werd door een aandoening aan de longen, kregen Gerard en zijn zwagers al jong de leiding van het bedrijf. Zijn schoonouders hadden dus ook een groot vertrouwen in hem. De leiding was gelijk verdeeld onder Gerard plus Jan en Joop van Berkesteijn, 2 broers van Jeanne.  Ze deden het echt met z’n drieën. De derde zwager Wim en zijn zus Corrie van Berkesteijn werkten in de meubelfabriek in Weert.

 

 

 

       Meubelfabriek H. A. Van Berkesteijn, 1950

 

Op het moment dat Gerard begon te werken bij Van Berkesteijn, werden er rompen voor zitmeubels gemaakt, deze werden zonder stoffering verkocht door het hele land aan meubelwinkeliers, die zelf meubelstoffeerders in dienst hadden, zoals hier aan Van der Linde en Verbakel in Waddinxveen en Vonk in Gouda etc.

Vanaf begin 60-er jaren begon het drietal gestoffeerde meubels te verkopen, die bij Baan en Koos Ultee werden gestoffeerd. In 1968 begonnen ze met een kleine meubeltoonzaal.                                                                                                                        In 1960 werden  in Weert ook een fabriek en een toonzaal gebouwd, na een onderzoek waar ze het beste naartoe zouden kunnen gaan omdat er een tekort aan arbeiders in Waddinxveen was. Weert was een gouden greep: in Limburg sloten de mijnen en op de Ambachtschool werden 35 jongens opgeleid voor het meubelvak. Gerard of 1 van de zwagers ging elke week een dag naar Weert. In 1975 besloot de BV de zaak  in Weert weer tegen een goede prijs te verkopen.                                                                                                                                     Vanwege de veranderde tijdgeest ontstond  er een teruggang in de meubelfabricage omdat de lage lonen landen Polen, Turkije, Italië inmiddels dezelfde soort meubels produceerden en leverden tegen lagere prijzen.                                                                  In 1980 werd een nieuwe toonzaal van 4.000 m2 in Waddinxveen gebouwd, deze staat schuin tegenover de Coenecoopbrug (nu Buitenhof).  Op dat moment stopte Van Berkesteijn in 1980 met de fabricage van meubelen en is het bedrijf zich gaan toeleggen op de handel in meubelen. Op de plek van de fabriek zijn nu Mulder Mazda en De Keukenloods gevestigd. In 1991 is Gerard na 40 jaar gestopt bij Van Berkesteijn, tegelijk met Jan en Joop, ze deden de zaak over aan  Hugo van Berkesteijn, de zoon van Joop. In de toonzaal vindt men nu tuinmeubelen (Buitenhof).

 

4  Ouderlijk huis / Kindertijd/dagelijks leven

-Koophuis/huurhuis –beschrijving huis (indeling etc.);herinneringen aan interieur                                                                                                             – spelletjes in jeugd                                                                                                                                                                                                                                      lectuur: dagbladen, tijdschriften, boeken                                                                                                                                                                                                                             – radio/tv                                                                                                                                                                                                                                                    uitgaansleven,                                                                                                                                                                                                                                          – —huisdieren                                                                                                                                                                                                                                                              –- feesten: Sinterklaas, kerstmis, Oud& Nieuw, Pasen, Pinksteren, Driekoningen, verjaardagen, Dikke Dinsdag, Vastenavond, Carnaval, Koninginnedag, Eerste Communie/Belijdenis, Vormsel/Kersmis/betaalweek                                                                                                                                                                        –politiek                                                                                                                                                                                                                                                        – kerkelijk leven                                                                                                                                                                                                                                                                                        –eten, koken: gerechten, tafelgewoonten, verschillen tussen sociale lagen, wintervoorraad ?

schoolleven: – bewaarschool (kleuterschool), lagere school, middelbare school, vervolgonderwijs                                                                                    –  personeel scholen, bestuur, vakken en leermiddelen, interieur, reisjes, lesinhoud, sfeer in de klas, begin/eindtijden, vakanties                        –  verschillende sociale lagen: andere behandeling? Mocht je spelen met wie je wilde?                                                                                                                                   –  verschil in behandeling leerlingen binnen/buiten Waddinxveen?                                                                                                                                       –   bijbaantjes en zakgeld?                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   –  achteraf: liever langer op school?

–  verenigingsleven: – lid van een vereniging?                                                                                                                                                                                        – welke verenigingen herinnert u zich en wat hielden ze in?                                                                                                                                                      – verenigingen zuilgebonden? Samenwerking? Concurrentie?

Huis: Het gezin Mulleman woonde in een huurhuis in de Oranjelaan, eigendom van opa Mulleman (kleermaker), later in een huurhuis (met kamer en suite en een erker)  aan de Burg. Trooststraat 7, ook eigendom van Opa Mulleman. Er was een grote achtertuin. Wat betreft spelen in zijn jeugd herinnert Gerard zich: voetbal,  knikkeren, hoepelen en kaarten.

Lectuur: Gerard is niet zo’n lezer en herinnert zich niet speciaal boeken of bladen.

Radio hadden ze in zijn jeugd in huis. Later was er ook tv, toen hij getrouwd was en aan de van Mecklenburg Schwerinlaan woonde. Vader maakte zelf een radio met spoelen voor thuis, Gerard herinnert zich bijv. ‘De bonte Dinsdagavondtrein’ en de tv uitzending van pater Henry de Greeve.

Pater Henry de Greeve

Uitgaansleven:   Gerard zat op de Verkennerij (padvinderij) en op dansen. Verder was Gerard 30 jaar lid van het koor van de kerk.

De feesten: Sinterklaas, Kerstmis, Oud& Nieuw, Pasen, Pinksteren, Driekoningen, verjaardagen, Vastenavond, Carnaval, Koninginnedag, Eerste Communie en plechtige Heilige Communie en Vormsel werden allen gevierd.

Politiek:    stemde KVP, daarna CDA

St. Victorkerk

Kerkelijk leven:   Gerard was misdienaar in de lagere schoolperiode en had ’s morgens al om 7 uur tot 7.30 u al dienst plus om 8 uur met de schoolkinderen  en op zondag 2 x om 7.30 en 10 uur en in de middag lof om 15.30 u. of 18.30 u. De mis duurde 1 uur, het lof ½ uur. Een mis kon stil zijn of het kon een gezongen mis zijn. Hij moest er dus heel veel voor doen.  In 1957 wordt A. J. Simonis kapelaan te Waddinxveen. Gerard had  goede connecties met hem via de jeugdbeweging, waar hij toen hopman van was. Nog steeds is er een goed contact tussen hen.

Eten, koken:  De keuze was eenvoudig, want groenten, zoals bijv. spinazie, andijvie, sperziebonen, snijbonen, bospeen, erwtjes, peultjes (geen spruitjes), komkommers werden geteeld in een flinke groentetuin achter het huis. In de oorlog ook tabak.  Er was wel een groenteboer (De Nijs) die elke dinsdag aan de deur kwam met paard en wagen. Er was nog een groenteboer (Kooiman), ze hadden ieder een eigen wijk. Er kwam ook een bakker aan de deur: Van Aardenne, gevestigd aan de Zuidkade bij de Victorkerk, die beroemd was om zijn speculaas. Van heinde en verre kwamen de mensen met Sinterklaas daar speculaas halen.

Schoolleven: Er was nog geen kleuterschool.  Het gezin verhuisde naar de Burg. Trooststraat toen Gerard naar de r.k. Jozefschool ging (lagere school naast de Victorkerk), zodat de afstand naar school korter werd voor het gezin. Daarna volgde Gerard tijdens de oorlog de r.k. mulo te Boskoop. In die tijd lag alles stil vanwege de oorlogsomstandigheden. Buiten school werd dus niet veel georganiseerd, soms wel  (eens per jaar) een schoolreisje naar bijv. een pretpark, maar dat was duur. Daarna volgde Gerard ook nog de  Rijks HBS te Gouda.                                                                                                                                                                                                                                                       In de vakanties: Gerard ging in de zomervakantie altijd op kamp als verkenner. Dit werd vanuit de jeugdbeweging van de kerk georganiseerd en  de ouders betaalden dit. Bij de Verkennerij is Gerard eerst vaandrig geweest en later hopman (hoofd), zo zat hij ook in de organisatie van het zomerkamp. Het lukte hem om voor grote gezinnen, die het zich echt niet konden permitteren, wat geld los te krijgen van het bestuur en zo werden zij financieel ontzien door de club. Dat werd niet gesponsord door een bedrijf. Maar grote katholieke bedrijven zoals speelgoedfabriek Okkerse en meubelfabriek Van Berkesteijn vervoerden met hun vrachtwagens gratis alle spullen naar het zomerkamp zoals in Noordwijkerhout, de Achterhoek, dat werd dus wel gesponsord. De fa. Okkerse was de buurman van de fa. Berkesteijn aan de Wilhelminakade (ri. de latere Coenecoopbrug)

Sociale lagen op school waren niet merkbaar en Gerard mocht spelen met wie hij wilde. De sfeer in de klas was heel goed, verschillen waren niet merkbaar. Hij hield er verschillende vrienden van over.

Verenigingsleven: Gerard is 30 jaar lid geweest van het kerkkoor van de St. Victorkerk.                                                                   In de jeugdbeweging van de kerk ontstonden heel leuke dingen, zoals bijv. volksdansen en dat werkte heel goed. Je ontmoette elkaar daar en dat hield ook goed stand i.t.t. tot de huidige tijd, waarin alles veel losser is geworden. Trouwde je met iemand uit de kerk, dan was dat in ieder geval al hetzelfde.  Ze waren allemaal “van hetzelfde houtje”, d.w.z. allemaal katholiek. Dat was een conditio sine qua non: volstrekte voorwaarde en Gerard vond dat zo slecht nog niet, want toen bleef alles veel stabieler en men kende in die tijd heel weinig scheidingen. Nu is de maatschappij erg veranderd en is er veel verdwenen; van de jeugdbeweging is bijv. niet veel meer over.

5    Rituelen

  • verlovingsfeest
  • huwelijksfeest
  • overlijden/begrafenis
  • huwelijksjubilea

–     omgaan met de dood: openheid t.o.v.kinderen? bespreekbaar?

De  verloving van Gerard en Jeanne  werd feestelijk gevierd en ze kregen een vitrinekastje wat zijn vader zelf gemaakt had in zijn vrije tijd. Gerard gebruikt het nog steeds en hij toont dit trots, want het is een knap staaltje vakwerk. Ook kregen ze eens een door zijn vader zelfgemaakte naaidoos van gefineerd hout:  technisch heel mooi uitgevoerd. Hij had het al jaren in huis en toen hij verhuisde naar Gouda wilde hij het meenemen om eens te kunnen laten zien, wat zijn vader maken kon. In die naaidoos vond hij toen tot zijn verrassing verschillende speeches van Jeanne, die ze onverwacht had  gehouden bij de bedrijfsfeesten van Van Berkesteijn, die regelmatig voorkwamen bij bijv. jubilea van de zaak etc.  Ze deed dat spontaan, heel goed en ook wel emotioneel.  Omdat Jeanne niet extravert was, waren die redevoeringen een grote verrassing voor hem, want hij wist het niet van tevoren. Ze had bijv. aan de boekhouder gevraagd de speech uit te tikken en hield het geheim in de naaidoos. De naaidoos werd eigenlijk niet zo veel door Jeanne gebruikt, omdat ze kleding in de winkel kochten en een naaister hadden.

Het huwelijk van Gerard en Jeanne werd op 24-5-’51 gehouden in de St. Victorkerk. Daarna werd er gefeest in Concordia te Gouda, op de haven (Westhaven 27). Daar gingen katholieken vaak dansen, je kon het ook afhuren en een feest geven als er iets te doen was. Jeanne was dol op dansen, Gerard wat minder. Er waren 2 dansscholen in Gouda. Jeanne en Gerard hadden dansles in Concordia gehad en elkaar daar leren kennen. Regelmatig gingen ze op de fiets naar Gouda voor een dansavond of toneelavond.

Hun huwelijksfeesten werden met het gezin, familie en vrienden gevierd met 12 ½ jaar, met 25 , 50 en 65 jaar.

Jeanne’s rouwdienst is vanzelfsprekend in de Victorkerk gehouden met een mooie dienst en ze is op de begraafplaats ”De Tijmhof” begraven – een mooie steen herinnert aan haar.

6    Beschrijving buurt

  • uiterlijk
  • sfeer
  • contacten
  • burenhulp

 

Buurt.    Gerard heeft vooral herinneringen aan de Burg. Trooststraat, waar hij als kind woonde.                             Als jonggetrouwd man woonde hij met Jeanne bij zijn ouders in, omdat er heel moeilijk huizen te krijgen waren. Daarna hebben ze aan de Brugweg gewoond,  de van Mecklenburg Schwerinlaan, de Noordkade, de Beatrixlaan  en uiteindelijk in Broekhuizen naast de fabriek.  De Burgemeester Trooststraat was een gezellige buurt met grote gezinnen en er werd onderling veel gespeeld met elkaar. De mensen waren van verschillende kerkelijke gezindte en gingen goed met elkaar om. De contacten waren goed en vanzelfsprekend hielp je de buren. Er was dezelfde gezindheid: veel mensen waren medewerkers bij de meubelfabrieken. Om 8 uur gingen alle katholieke kinderen voor schooltijd naar de mis, je zat met de hele klas nuchter in de kerk en je nam een pakje brood mee naar school. Op je rapport stond ook je presentie tijdens de mis! Als misdienaar was Gerard al om 7.45 u in de kerk om zijn toga met superplie op tijd aan te hebben. Die mooie superplie werd thuis gewassen door zijn moeder. Later  zong Gerard ook alle “Rouwtjes en Trouwtjes” mee, ook toen hij al werkte bij Van Berkesteijn, dus hij zat heel wat uurtjes in de Victorkerk. Er is nog een foto waar Gerard tussen de misdienaars stond.  Nu zijn er weinig misdienaars, koorleden of lectoren meer; een teken van de tijd.

Gerard, 4e van rechts met pakje brood en   middenin met pakje brood zijn zwager Arie van Vliet.

 

7    Sociale lagen

  • verschillen binnen de familie?
  • verschillen binnen Waddinxveen?
  • hoe uitten die verschillen zich?
  • standen/klassen?
  • binnen de middenstand?

 

Verschillen: Binnen de familie waren verschillen tussen sociale lagen, want Gerard kwam als zoon van een meubelmaker uit een werknemersfamilie en trouwde de dochter van een meubelfabrikant. Dat was een groot verschil, maar dat ging heel goed. Zijn schoonvader was een heel eenvoudig man. Hij was oorspronkelijk meubelmaker en was later voor zichzelf begonnen als fabrikant. De zaak liep goed, later werd het een BV met aandelen. Gerard werd directeur samen met zijn 2 zwagers; er waren 3 directeuren en dat ging prima.

Bij het afscheid heeft Gerard gezegd dat hij het als de grootste verdienste van de directie beschouwde dat het goed bleef gaan in de familie, zonder hulp van buitenaf. De verstandhouding met het personeel was ook heel goed. Het personeel was trouw, men werkte er vaak 25, 40 of zelfs 50 jaar. In die tijd was er nog geen OR.

 

 

1991 Hugo van Berkesteijn neemt de leiding over van Gerard Mulleman, Joop en Jan van Berkesteijn

8    Gezondheid

  • welke ziektes
  • chronische ziektes
  • geneesmiddelen
  • zorg eromheen
  • huisarts/ kraamhulp
  • alternatieve therapieën
  • ziekenhuisbezoek

 

De gezondheid binnen de familie was over het algemeen heel goed.

 

 

9    Reizen

  • vakanties
  • zakelijk
  • dagjes uit
  • logeren
  • vervoer: openbaar? privé?

Met Jeanne en later het gezin reed Gerard altijd naar het mooie Cochem aan de Moezel, waar ze het heerlijk hadden. Gerard is er zelfs ereburger! Voor zijn pensionering, toen de kinderen al uit huis waren, gingen ze met vrienden ook naar Gran Canaria, Zwitserland, Karinthië en ook andere reisdoelen, die niet zo ver weg waren. De fabriek ging in de zomer n.l.  14 dagen dicht, dus dan konden ze met vakantie.

Na zijn pensionering gingen ze samen langer weg, naar Scandinavië, Rome, Corfu, Madeira. Ook gingen ze samen graag op wintersport en maakten ze stedenreizen van een paar dagen of een week naar Berlijn en Londen. Nu maakt Gerard cruises.

 

10  Beroep

  • vooropleiding
  • inhoudelijk
  • vakorganisaties
  • uitoefening
  • onderlinge betrekkingen
  • verhouding tot gemeente

 

Hij zat in veel vakorganisaties en had veel bestuurlijke functies. Hij vertelt dat het zich bezighouden met meer dan meubels alleen, hem levendig hield. Hij vond dat leuk en hij had daardoor ook contact met veel mensen. Zo zat hij in het bestuur van

  • de werkgeversvereniging ‘de Industriële Club’ van Waddinxveen
  • het bestuur van de Centrale Bond van meubelfabrikanten
  • het bestuur van de vakbeurs Meubelen in de Jaarbeurs (elk jaar 55.000 m2 Beursoppervlak)
  • Bestuurslid Kamer van Koophandel
  • het Kerkbestuur St. Victorkerk, waar hij zich o.a. bezighield met de bouw van de Ontmoetingskerk, samen met de Gereformeerde kerk
  • Lid kerkkoor, gedurende 30 jaar
  • Lid Rotary

Nu is hij voorzitter van de bewonerscommissie Gouwestaete en lid van de Past Rotarians. Ze vergaderen 1 x per 2 wk. van 12-14 uur in de Immanuelkerk, waar de Rotary ooit ook startte en hebben dan een borrel plus verzorgde lunch. Daarna is er een spreker. Het gaat precies op dezelfde manier als toen Gerard ooit lid werd van de Rotary. Er is geen verplichting meer van goede doelen.

 

Als directeur van Van Berkesteijn was Gerard ’s avonds vaak weg. Dat werd op een gegeven moment wel erg veel.  Jeanne zei wel eens: “Ben je nog eens thuis?” Gerard plande in de 60er a 70er jaren zijn afspraken nooit in de ochtend, maar altijd ’s middags en ’s avonds. Zijn afspraken had hij op de zaak of soms thuis, waar hij ook een kantoor had.

 

11  Gemeente Waddinxveen

  • hoe zichtbaar in het dagelijks leven?
  • bestuur en raad
  • politie
  • vuilnisophaaldienst
  • wegenonderhoud

Met burgemeester Cor van der Hooft had hij als ondernemer een heel goed zakelijk en persoonlijk contact, er was een heel goede samenwerking. Ook door het bouwen van de Ontmoetingskerk had hij veel contact met Van der Hooft en het was een heel plezierige periode. Toen in 1980 de Meubeltoonzaal werd gebouwd, heeft hij zelf vlakbij de fabriek meteen ook een huis bij het Weegje laten bouwen. Zwager Joop woonde in een bungalow aan de Minervalaan te Waddinxveen en zwager Jan woonde in Woerden. Een derde zwager Wim werkte met zijn zus in Weert te Limburg.

Met het gemeentebestuur zelf had Gerard niet veel te maken. Raadslid Jacques van Oosten, directeur van fa. Van de Berg, kende hij van de Industriële Club van Waddinxveen en het zangkoor, want Jacques van Oosten was dirigent. In die tijd werkte Aart Zwamborn, directeur Openbare Werken, er hard aan dat er meer huizen kwamen, omdat het heel moeilijk was om aan goed personeel te komen en er dringend meer werknemers nodig waren in Waddinxveen. Gerard heeft als ondernemer samen met Jacques van Oosten en Jan Hooftman, (directeur van Citoza en ook Rotarian) een aantal appartementen aan de Juliana van Stolberglaan en de Prins Alexanderstraat  gekocht om werknemers te kunnen huisvesten. Zo konden deze ondernemers landelijk adverteren om goed personeel te werven, want er was een grote behoefte aan goede meubelmakers of machinaal houtbewerkers, technisch personeel voor de machinefabriek en buschauffeurs voor de busonderneming.

 

12  De stad

  • waarvoor ging men naar de stad?
  • welke stad/steden?
  • hoe werd er in uw familie tegen de stad aangekeken?

 

 

In  Gerard’s  jeugd ging men niet zo vaak naar de stad. Wel gingen ze soms naar Den Haag op familiebezoek om tantes (fa. Mulleman) te bezoeken: niet vaak want dat ging per fiets, anders was het te duur. Meestal gingen ze naar Gouda, waar de moeder van Gerard geboren was. Haar vader was hoofd van de politie te Gouda.  Haar zus was getrouwd met Kees Lafeber, die een kapperszaak in de Stoofsteeg te Gouda had. Die naam leeft nog voort in Gouda.

Later, toen ze de fabriek hadden, gingen ze vaak met de auto naar de splinternieuwe Lijnbaan in Rotterdam toen deze net af was, want dat was nog nergens anders te vinden. Ook gingen ze naar de Bijenkorf en naar de chique zaak Jungerhans aan de Coolsingel met bijv. glas, porselein, Biedermeijer stoelen, kastjes etc.  Van Berkesteijn leverde hen ook stoelen. Andere Rotterdamse meubelzaken waaraan geleverd werd, waren Piet van Reeuwijk en De Klerk, deze bestaan allemaal niet meer.                                                                                                                                                                                                                       Gerard winkelde net als Jeanne graag. Daar was hij anders in dan de meeste mannen, omdat hij als zakenman geïnteresseerd was in andere winkels om zijn eigen zaak trendy te houden zodat hij ‘bij’ bleef. Hij keek graag hoe het erbij stond, welke kleuren gebruikt werden en hoe andere fabrikanten bezig waren in die tijd. Hij vond het leuk om bijv. in Bataviastad rond te kijken hoe zij de winkels hadden ingericht.

 

Gerard en zijn familie wilden niet in de stad wonen. Ze hielden niet van het drukke stadsleven.  Ze waren liefhebbers van het rustige, weidse en landelijke platteland. Eerst leefden ze vrij eenvoudig en moesten ze zuinig aan doen, later leefden ze luxer en konden ze ervan genieten. Zo hadden ze bijv. een grasrobot om te maaien. Het is altijd goed gegaan: “crescendo”!

 

 

13  Middenstand

  • herinnering aan welke winkels uit kindertijd?
  • winkelen zuilgebonden?
  • openingstijden
  • interieurs
  • markante winkeliers
  • prijzen
  • bediening
  • categorieën: groenteboer, slager, bakker, schoenmaker, drogist, bloemenwinkels, boekhandel, bazaar. Wie en wat kwam er aan de deur of door de straat?
  • classificatie: ”chique” en ”gewone” winkels?

Enkele middenstandszaken in zijn kindertijd:

  • Frans van Kooten, winkel bij de Victorkerk in huiswaar, hij liep dinsdags in de Burg. Trooststraat te venten met een handkar om huiswaar als kopjes en schotels te verkopen
  • Van Aardenne bij de Victorkerk, beroemd om zijn speculaasjes
  • Van Ringelenstein in de Burg. Trooststraat, kruidenierswinkel, bracht boodschappen rond in fiets met mand voorop. Zijn zoon Gerrit had later supermarkt Plus.
  • Bosman, ook in de Burg. Trooststraat, kruidenierswinkel, bracht ook boodschappen rond in fiets met mand
  • Mulder, kleermaker naast de Victorkerk (later op de Passage, nu in het winkelcentrum)
  • Verbakel, mode, Zuidkade
  • De Graaff, bakker Zuidkade
  • Verkley, bloemenwinkel, Zuidkade (vader van de latere eigenaar aan de Tweede Bloksweg). Het kwam niet vaak voor dat mensen bloemen kochten, die werden in de eigen tuin geplukt.
  • De Wilde, meubelzaak aan de Nesse
  • Neeleman onder aan de brug, installatiebedrijf
  • Offereins, ijzerwaren, onder aan de brug (dat gebouw wordt nu afgebroken.
  • De Joode onder aan de brug, schoenen (waar nu Bremmer zit)
  • Brouwer, Nesse, grote zaak in meubels en manufacturen
  • Veldwijk, Oranjelaan, drukker / boekhandelaar, later naar de Passage.
  • Coöperatie “Ons Voordeel”, grote kruidenierszaak, Oranjelaan (toen het centrum van Waddinxveen)
  • Garage Glasbeek later Boonstoppel, Oranjelaan, verkoop en reparatie auto’s
  • De Vlaam, banketbakker, Oranjelaan (naast Glasbeek)
  • Vis (ouders van Jacques Vis), Kanaalstraat, ijzerwaren
  • Van der Linde, Dorpstraat
  • Heemskerk (vader van Jan H.) elektrische apparaten, witgoed en installatie
  • Bakker Broer, Dorpstraat.

 

Aan de deur kwamen de bakker, kruidenier, melkboer, groenteboer en Frans van Kooten met zijn huiswaar (kopjes, zemenlappen, wasmiddelen etc.) Dat was een uitkomst, omdat velen alleen liepen in die tijd. De moeder van Gerard had bijvoorbeeld geen fiets. (De vader van Gerard wel, waardoor hij op familiebezoek kon naar Den Haag of Amsterdam).

De beurtschipper kwam met de boot voor, om meubels van Van Berkesteijn te laden, die hij via de Gouwe naar Leiden, Amsterdam etc. vervoerde. Zo ook de meubels van Matse, waar vader Mulleman werkte. Het hout voor de meubelfabriek kwam met een boot uit Duitsland. In de tijd dat Gerard bij Van Berkesteijn werkte, werd het hout plank voor plank bij de fabriek aan de Wilhelminakade gelost. In Waddinxveen had je dan een “losse ploeg”, die je kon inhuren om te lossen. Die losmensen deden ook ander werk, zoals kolen brengen etc..                                Tussen het huis aan de Wilhelminakade 68 en het huis van de buren was een smalle doorgang, waardoor het hout vervoerd werd naar de fabriek. Later is het buurhuis afgebroken om het vervoer te vergemakkelijken.

Ouderlijk huis van Jeanne van Berkesteijn, 2e van rechts

De interieurs van de winkels waren simpel. De prijzen van de koopwaren waren nog laag, niemand had het heel breed. Vrijwel niemand veranderde de toonbank en het was allemaal heel eenvoudig, want je verdiende het ook niet terug dus je moest er langer mee doen.                                                                                                                                                                      

De bediening vond plaats van achter de toonbank door de eigenaren en gezinsleden in de kleinere zaken. Van Ringelenstein in de Burg.Trooststraat was al aardig groot, het was een familiezaak. Op vrijdag werd er aan huis “gehoord”. Iedereen had een boodschappenboekje thuis waarin de boodschappen werden genoteerd, daarna werden de boodschappen per adres gebracht met de mandfiets.                                                                                             In de interieurs van woonhuizen bij mensen die het goed voor elkaar hadden, waren een voor- en een achterkamer. In de achterkamer werd de hele week geleefd rond de eettafel, in de voorkamer zat je op zondag en werden feesten en verjaardagen gevierd. Daar stond ook het prachtige bankstel waar je bijna nooit op mocht zitten en waar je je hele leven mee deed.

Chique winkels waren er niet in Waddinxveen. Voor de oorlog moesten de mensen kei- en keihard werken om het hoofd boven water te houden. Na de oorlog werd het luxer. Alles moest vernieuwd worden, alles was kapot en er was niets meer: kleren, bedden en lakens, vloerbedekking, meubels: alles was weg. Met de productie daarvan kwam ook meer luxe in het dorp. De meubeltoonzaal van Van Berkesteijn werd juist gebouwd in de tijd van de groei, van meubelboulevards en de Lijnbaan.

14   Horeca

  • uit eten
  • cafébezoek
  • herinneringen aan welke horeca
  • interieurs
  • sfeerbeschrijving

 

In de jeugd van Gerard, voor de uitbreiding van Waddinxveen, was het dorp nog maar klein met 9000 inwoners. Er was weinig horeca: vroeger ging men niet uit eten.  In Waddinxveen was er eerst niets als je uit wilde gaan. De vader van Gerard ging bijv. altijd dansen in Gouda, waar hij zijn latere vrouw leerde kennen. Later dansten Gerard en vooral ook Jeanne graag in Gouda en de meesten van hun vrienden ook.

 

 

 

 

 

Verenigingsgebouw, Burg. Trooststraat 4

 

In de jeugd van Gerard was tegenover het ouderlijk huis op Trooststraat nr. 4 wel een rooms katholiek verenigingsgebouw, eigendom van de RK kerk, waar je feesten met een katholieke tint kon geven. Daar werd ook het Sinterklaasfeest gehouden. De fa. Okkerse gaf heel genereus altijd veel speelgoed: alle kinderen kregen iets! Het was een grote (kale) zaal met een toneel, losse stoelen, niet heel fraai of luxe. Er was altijd toezicht in het gebouw, ze gingen er dansen leren en er werd ook toneelgespeeld. Schoenmaker Boere, de vader van zijn klasgenoot Michel Boere, schreef de toneelstukken die er werden opgevoerd, wat met affiches werd aangegeven in Waddinxveen. Verder stond er ook een biljart.  

Vroeger had je bij de katholieke kerk allerlei ontmoetingsmogelijkheden binnen het verenigingsleven en de vrije tijd. Het r.k. verenigingsgebouw was financieel voor de Victorkerk op den duur niet meer haalbaar en moest worden verkocht.  Later is in dit gebouw op de 1e verdieping de eerste kleuterschool gevestigd.

Rond de bouw van de Ontmoetingskerk (60er jaren) heeft Gerard vanuit de r.k. kerk veel samengewerkt met de gereformeerden. Zo werd de Ontmoetingskerk door de Rooms Katholieken en Gereformeerden gebouwd om samen te gebruiken (oecumene).

 

Ontmoetingskerk, 1968

 

 

15  Politiek/vakbeweging

herinneringen,                                                                                                                                                                                                                                                                    -namen                                                                                                                                                                                                                                                                                    Gerard heeft niet aan politiek gedaan in Waddinxveen. Wel kende hij Jac van Oosten erg goed, die in de Raad zat en ook Rotarian was, ook heeft hij zakelijk prettig samengewerkt met burgemeester Van der Hooft.

 

16  veranderingen binnen Waddinxveen

 

-aanzien

Mentaliteit

Cultuur

Politiek

Sfeer

Kerk

                 

De fabriek met de eerste vrachtauto                                                                             De Meubeltoonzaal

 

 

Bij de fabriek van Van Berkesteijn waren ruim 100 mensen in dienst. Toen de toonzaal in 1980 gebouwd werd, is de fabriek gesloten. Er moest ander personeel aangetrokken worden. In de tijd van de meubeltoonzaal waren er ong. 15 mensen in dienst.

 

Meubelmakers zijn er nu niet veel meer, maar volgens Gerard zijn ze in de toekomst wel nodig, want omdat mensen bijv. kantoorwerk zijn gaan doen, zijn hier nu veel te weinig vaklui. T.z.t. komen zij waarschijnlijk wel uit het buitenland. Vroeger waren er veel meubelmakers, die voor eigen gebruik ook heel veel meubels zelf maakten in hun vrije tijd, want geld hadden ze niet. Nu zijn er niet veel meubelmakers meer, de mensen leven in weelde en trekken hun portemonnee.                                                                                                                                                        De opleiding voor meubelmaker was 2-3 jr Ambachtschool aan de Graaf  Florisweg, daarna ging je in de fabriek werken en sommigen begonnen voor zichzelf, zoals Peet de broer van Gerard (Mulleman meubelen).                                                                                                                                             Gerard legt van alles uit over het maken van meubels en de moeilijkheden die daarbij komen te kijken: samenvoegen van romp en andere delen als poten, plakken en fineren, beeldhouwwerk, het draaien en drogen van hout…  De kunst is dat je droog hout hebt, want dan kun je het pas goed verwerken.  Bij Kees Alblas lag een gerooide boom 1 a 2 jaar in de Gouwe.  Door het water gingen de boomsappen eruit. Wanneer na verloop van tijd die boomsappen verdwenen waren, werd de boom pas verzaagd tot planken. Bij Van Berkesteijn ging het anders, daar hadden ze na 1946 een droogkamer  om het hout goed verwerkbaar te maken. Afhankelijk van hoe vers het hout was, moest het drogen. Ze kochten bijv. een paar kubieke meter pas gemaakte pootjes  op maat bij een zagerij. Daarna gingen ze naar hun drogerij, tot ze niet meer ‘werkten’.  Van Berkesteijn kocht ook wel “vers hout”. Zo hebben ze wel eens een heel bos in Luxemburg gekocht. Dat was erg uitkijken, want het hout was wel goedkoop, maar er konden wel kogels in zitten, omdat dat oorlogsgebied was geweest in WOII. In de fabriek konden de zagen door het staal van de kogels beschadigd raken en zo zou het toch nog duur worden.  Dit hout moest ook wat langer in de droogkamer en met speciaal meetapparatuur werd gekeken of de droogtijd voldoende was. Gerard kwam er wel achter of er kans op die kogels was, door ter plekke met de boer te praten over wat daar misschien gebeurd was in WOII. Dat deed zijn schoonvader ook al en met veel succes.

Namen van toenmalige fabrikanten in Waddinxveen:

  • Baan stoffeerderij (bestaat nog)
  • Dobbelman tabaksfabriek………………………………………………………..
  • NKF
  • Verheul, fabricage bussen
  • Berghuis meubelfabriek
  • Kempkes meubelfabriek (beursgenoteerd) 250 man
  • Modderkolk en Dijs, meubels, zoals kasten, dressoirs
  • Van der Loo, meubelfabriek, later scheepsbetimmeringen
  • Hogenelst, beeldhouwer, later meubelfabrikant
  • Okkerse speelgoedfabriek
  • Sliedrecht, speelgoedfabriek
  • Matse, 1e grote meubelfabriek in Waddinxveen, zeker 100 man!
  • Mulleman meubelfabriek, 40 man (Peet, de broer van Gerard, was voor zichzelf begonnen.
  • Stolker meubelfabriek

Cor  van de Bas was de directeur van Stolker (door zijn huwelijk met Riet Stolker; hij kwam als schoonzoon de familie binnen, net als Gerard). Zijn zoon Kees is meubelstoffeerder aan de Kerkweg.

Cor van de Bas was net als Gerard Rotarian.

Toen Gerard begon bij Van Berkensteijn maakten ze veelal meubelen met balpoten naar Engels model. Het gevolg van de meubelindustrie was dat er draaierijen, beeldhouwerijen, stoffeerderijen ‘buiten de deur’ nodig waren. Toen de meubelfabricage achteruit ging, gingen die andere bedrijven dus helaas met hen mee. Die hele industrie ging toen achteruit.

Toen Gerard in 1928 geboren werd, had Waddinxveen 9000 inwoners, het was armoe troef en men leefde eenvoudig. Met de komst van de fabrieken groeide Waddinxveen hard en Waddinxveen veranderde gaandeweg erg, zo is er nu meer weelde. De industrie is verdwenen en men produceert zelf niet veel meer in Waddinxveen. In de 60-er jaren vond een grote verandering plaats en werd de ontwikkeling tot een forensendorp in gang gezet: mensen gingen ‘s morgens met de auto naar het werk in  de grote en kleinere steden in de buurt, zoals bijv. Rotterdam, Den Haag en Zoetermeer..

Voor al zijn bestuurlijke activiteiten kreeg hij op 14 augustus 1989 een Koninklijke onderscheiding van Hare Majesteit de Koningin en werd hij Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

 

Foto’s , o.a.:

 

  • Jeanne als bruid, ingezoomde foto nemen
  • 2x Wit huis vader Van Berkesteijn
  • Kleine foto: meubelmakers bij Matse, man in het midden met hoed is dhr. Mulleman, vader van Gerard, links staat dhr. Noteboom sr.
  • Bank wed. Knox en Dortland, Gouda
  • Victorkerk
  • Misdienaartjes, Gerard staat 3e van rechts met in de hand zijn boterhammen in een zak van textiel.
  • Vader, moeder, grootvader en grootmoeder Mulleman
  • Foto huizen Wilhelminakade, oa ouderlijk huis Jeanne van Berkesteijn op nr 68

 

 

Aanvulling Grootouders Mulleman

 

Grootvader Mulleman was behalve kleermaker ook de eerste waagmeester van Waddinxveen. De weegbrug van de coöperatieve Weegbrugvereniging lag tegenover het huis en werd bediend door grootmoeder vanuit een klein stenen huisje naast de weegbrug. Zij kregen daar de helft van de waaggelden voor. De vrachtwagens werden gewogen met daarop kratten gevuld met kippen, aardappels en vooral suikerbieten. Omdat later de Hefbrug gebouwd zou worden, is er in 1931 een nieuwe weegbrug gebouwd aan de Noordkade.

 


Cultuurhistorie van de Parel aan de Gouwe