Historisch Genootschap Waddinxveen

Vertelbank 16

De onthulling van de zestiende Vertelbank. Rechts dé initiatiefnemer van de vertelbanken, erelid Ton Broer.

Linksboven

Op de hoek van de Beethovenlaan en het Noordeinde

Voorzijde

Linksboven

Het pand het meest links op de foto was de tabakswinkel van Sonneveld. Er waren in de Dorpstraat destijds wel drie winkels waar je tabaksartikelen kon kopen .Dat ging dan om shag, sigaretten, sigaren, pijp- en pruimtabak. Veel mensen draaiden een sjekkie, de goedkoopste manier om te roken. Verder had je nog drie slagers, drie bakkers en vier kruidenierszaken in de toenmalige Dorpstraat.
Vóór de winkel stonden bijna elke morgen – over hun fiets gebogen – de werklozen met elkaar te kletsen over alles en iedereen. Een boer die hen eens in de herfst benaderde met de vraag of zij hem wilden helpen met aardappels rooien, kreeg de vraag: “Wie heeft ze in de grond gestopt?“ “Ik”, antwoordde de boer. “Nou , jij weet dan waar ze zitten, dus haal ze er zelf ook maar uit.”
Het grote huis ernaast was tot 1910 de ambtswoning van burgemeester Tuymelaar. Later had Bertus Verwaal hier zijn kapperswinkel en woonhuis en op zaterdag kwamen de mannen hier bijeen om sterke verhalen uit te wisselen en zich met het mes te laten scheren. Voor een knipbeurt had Bertus maar een coupe, de bloempotcoupe. Rechttoe rechtaan werd je geknipt met een handtondeuze, het kostte een habbekrats.
Ernaast in het witte pand was de praktijk van dokter Bruins Slot, daarna dokter Hemminga en diens zoon Jelle en tot slot dokter Voskamp.
Aan de praktijk was ook een apotheek verbonden die werd beheerd door de echtgenote van de huisarts.

Rechtsboven

Het witte pand op de hoek van de Kerkweg en de Dorpstraat was ooit het Regthuis met op de begane grond de herberg St.-Joris. Op de verdieping bevond zich de Rechtkamer van Schout en Schepenen van Noord-Waddingsveen; voor de gemeentevergaderingen werd er een kamer gehuurd. Toen in 1870 de gemeenten Noord- en Zuid Waddingsveen met Broek werden samengevoegd, ontstond de gemeente Waddinxveen (de schrijfwijze werd aangepast).
De oude herberg St.-Joris werd in 1917 door slager G.K. van Tilburg verbouwd. Bij deze slagerij kon je in de jaren vijftig zaterdagmiddag na vier uur kroketten halen. Dat was toen echt nieuw en van dat nieuwe fenomeen werd veel gebruikgemaakt. Omstreeks 1960 verhuisde de slagerij naar het Koningin Wilhelminaplein; het pand werd daarna door diverse middenstanders gebruikt maar als een van de oudste panden van ons dorp raakte het steeds verder in verval. Op een deel van de bovenverdieping woonde Apolonia van Heezik, die er veel dorpelingen ontving en fungeerde als de Waddinxveense nieuwskrant. Zij was ook lange tijd de hospita van de toen jonge onderwijzer Hans Geel die er zijn verhalen schreef. Die zijn later uitgegeven als Verhalen uit het Regthuis. Aan de Noorzijde van het pand had Cor Droog tot ongeveer 1960 een ijssalon.

Linksonder

Aan de Dorpstraat waren in vroeger tijden drie smederijen gevestigd. Op de hoek, waar later garage Van Nielen was gevestigd, bevond zich de smederij van Henk Glasbeek. Die verhuisde naar de Oranjelaan en daarna naar de Noordkade 22. Daar staat nu nog de machinefabriek Glasbeek Finish. Verderop richting Boskoop bevond zich de smederij van Vis, waarover later meer.
Naast het pand van het voormalige Regthuis was eerst de garage van dokter Hemminga, later de werkplaats van Thijs van den Berg, die er een taxidienst op nahield. Thijs reed met een grote Chevrolet Impala maar kwam met het gevaarte nooit boven de zestig km per uur. Het leverde hem de bijnaam Thijs de Slak op.
Naast Van den Berg was de boerderij van Olie, die zijn melkvee liet grazen in de Puttepolder. Later kwam hier de constructiewerkplaats van de familie Been. Thans is het de woning en berging van groenteman B. Bakker.
Het witte pand op de foto was de smederij en winkel van de gediplomeerd smid Adr. Verhoef die bekend stond als prima hoefsmid waar de boeren van het Noordeinde hun zware werkpaarden lieten beslaan. Ook was de smederij het adres om je landbouwwerktuigen zoals eggen, ploegen en aardappelrooimachines te laten maken of repareren. Zoon Leen heeft het bedrijf van zijn vader voortgezet. Nog vele jaren stond de travalje dicht aan de weg. Tot het bedrijf omstreeks 1960 verhuisde naar de hoek Beethovenlaan/Dorpstraat werden hier paarden van nieuwe schoenen voorzien. Op de nieuwe locatie kwam het accent meer en meer te liggen op de landbouwmechanisatie waarbij tractoren de paarden vervingen en het melken werd gemechaniseerd. In de winkel verkocht men witgoed en haarden. Voor eventuele reparaties was er een speciale kachelsmid aan het bedrijf verbonden. De kleinzoon van Adrianus, Aat, is in het vak doorgegaan maar na zijn overlijden op relatief jonge leeftijd is het bedrijf beëindigd. Op die locatie is een woonwijkje verrezen.

Middenonder

Hier zien we de Sparwinkel van Janus van der Sluis omstreeks 1950. Daarvóór werd de winkel geëxploiteerd door de familie Bikker. Zoon Jaap Bikker zat bij Buitelaar op de bus. Menig schoolkind uit die tijd kent deze naam van de schoolreisjes die met de bussen van Buitelaar werden georganiseerd. De uitbater van de winkel was zijn tijd ver vooruit, want hij bracht de bestellingen met een bestelwagen bij de klanten in Waddinxveen aan huis. Die klanten hadden een bestelboekje waarin zij de gewenste boodschappen noteerden; de boekjes werden door de kruidenier opgehaald en de bestellingen werden dan – meest per transportfiets – aan huis afgeleverd. Zo ging het toen en nú, na een periode waarin de klant aan zelfbediening gewend is geraakt, zien we de bezorging aan huis weer terugkomen.
Toen de winkelgalerij Groensvoorde werd geopend had Van der Sluis daar zijn zelfbedieningswinkel gevestigd. Toen de winkel werd gesloten kwam er een opticien in.

Rechtsonder

De sloot langs de Dorpstraat was in vroeger tijd onderdeel van een vaarverbinding tussen Rotterdam, via de Rotte en de ringdijk langs de polder Achterof, de Kleikade en de sloot langs de Kerkweg en de sluis naar de Gouwe naar Amsterdam. Dat sluisje was slechts geschikt voor kleinere schepen en was gesitueerd aan het begin van de Nesse.
Het was een sluipweg om de hoge tol van de sluis in Gouda die de verbinding was tussen de IJssel en de Gouwe te omzeilen
Waar de Dorpstraat overgaat in het Noordeinde was een klapbrug om de doorvaart mogelijk te maken naar de sloot langs de Dorpstraat. Deze brug had de naam “Witte Brug” en toen de vaarverbinding niet meer in gebruik was is die brug een vaste brug geworden met nog steeds diezelfde naam. De sloot is, zoals de foto laat zien , gedempt rond 1965 , de brug was niet meer nodig en de huizen, voorheen slechts via een bruggetje bereikbaar, waren nu eenvoudig toegankelijk. Het witte pand links op de foto is huis en winkel van de familie Van Erk die daar een lampenkappenzaak had. Daarachter zien we nog net de schoenmakerij van Perridon en daarnaast het pand van fam. Janus van der Sluis. Vervolgens stond er een rijtje kleine huisjes met er naast de toegang tot de houtwarenfabriek van de Fa. Verwaal. In die fabriek werden houten stelen voor o.a. schoppen, rieken , bezemstelen enz. gedraaid.

Achterzijde

Linksboven

Even voorbij het looppad naar de Heuvelhof stond het kleine boerderijtje van Jan Piet de Zwart. Hij had wat melkvee dat in de achterliggende Puttepolder geweid werd. Het huis werd gedeeld met de familie Lies Klomp, die bedrijfsleider was op de boerderij Eben-Haëzer aan het Noordeinde.
Van Jan Piet ging het verhaal dat hij op oudejaarsavond, uitgenodigd door een collega-boer, daar een halve emmer oliebollen leegat. Ja, het was een grote kerel en die kon wel wat aan. In het huis dat er voorbij staat, woonde de familie Olie . Zoon Bertus was een fervent motorcoureur die nergens voor terugschrok. Hij werd uitgedaagd om met zijn motorfiets de boog van de brug die in de rijksweg A 20 naar Rotterdam ligt over te rijden. Met een lange plank werd de toerit gerealiseerd en Bertus stuurde zijn motor onverschrokken over de zestig cm brede en vijftien meter hoge boog van de ene naar de andere kant. Daarna heeft niemand meer aan zijn stuurmanskunst kunnen twijfelen.

Middenboven

Eén ei is geen ei, die uitspraak is van toepassing op de vele middenstandswinkels, meestal van beperkte omvang, die in de jaren vijftig in de Dorpstraat stonden.
Zo waren er drie bakkers, drie kruideniers, drie smederijen, drie schoenmakers, drie taxibedrijven, twee barbiers en drie slagerijen waaronder Storre (later Kerver), Van Tilburg en Johan Zwijgers. En dan hebben we het noodslachtbedrijf van Straver aan het einde van de Dorpstraat nog niet meegeteld.

Rechtsboven

Achter de fietser zien we het pand met de smederij van grootvader Vis. Hier werden vroeger ook schaatsen geproduceerd. Samen met de schaatsen die door De Rooy aan de Kerkweg-Oost werden gemaakt maakte Waddinxveen naam vanwege de goede kwaliteit. De smederij werd later voortgezet door zoon Maarten en daarover ging het volgende verhaal.
Maarten was geobsedeerd door de parachutisten die in de Eerste Wereldoorlog uit de vliegtuigen werden gedropt. Dat systeem sprak de jongeling erg aan, waarop hij een plan verzon. Met de paraplu van zijn moeder klom de waaghals via een dakraam naar de nok van het huis. Hij opende de plu en sprong naar beneden rekenend op een zachte landing in de poort. Het resultaat was dat de paraplu naar de vuilnis kon, zijn klompen door de klap kapot waren en Maarten een illusie armer was.
Gerrit, de zoon van Maarten, heeft het bedrijf voortgezet maar meer als constructiewerkplaats dan smederij. Hij was gespecialiseerd in de bouw van hooibergen. Bij gebrek aan een opvolger werden de activiteiten gestaakt en nu is het perceel, net zoals het vele andere bedrijfjes daar is vergaan, een woongebied geworden.

Linksonder

Henk Mulder wilde een eigen zaak beginnen en ten behoeve daarvan een werkplaats met woonhuis bouwen. Maar bij gebrek aan de nodige pecunia wendde hij zich maar tot een schoolmeester.
Deze beschikte kennelijk over een klein vermogen en wilde Henk wel tegemoetkomen met een lening. Henk maakte een mooi plan voor zowel huis als werkplaats met een bescheiden opzet. Dat werd niet geaccepteerd door de geldschieter, hij kon wel geld lenen maar dan moest het plan wel wat groter van opzet zijn. Dat was niet tegen dovemans oren en zo bouwde Henk in 1930 een huis met werkplaats zoals we dat op de fot zien. Door een gedegen aanpak en vakmanschap ging het crescendo met de opdrachten en Henk heeft bv. vele kruiwagen gemaakt die massaal werden ingezet bij de aanleg van de spoorlijn Gouda -Alphen aan de Rijn in 1935.
Voor diverse broodfabrieken heeft Mulder talloze carriers gemaakt die gebruikt werden voor het uitventen van brood e.d. Aanvankelijk waren dat ventwagens met trapaandrijving maar later vooral met hulpmotoren. Eind jaren vijftig begon Mulder met de assemblage van trucks van Scania-Vabis. De kale trucks werden voorzien van cabines en alle nodige carrosserieën en er zijn er vele honderden van opgebouwd. Toen die activiteit ten einde liep schakelde Mulder over op de productie van kampeerwagens. Dat waren vouwwagens die je tot een royale vakantietent kon uitbouwen en ook daarvan werden er talloze van geproduceerd – onder de naam Scout. Met deze vouwwagens werd Mulder een begrip in kamperend Nederland.

Middenonder

Het huis achter de carriers uit de Mulderfabriek werd bewoond door de familie Blom. Op het erf achter hun huis was ook de woning en slachterij van de familie Straver. Deze Straver was de noodslachter van Waddinxveen, hij slachtte hoofdzakelijk paarden. Dat paardenvlees werd tegen aantrekkelijke prijzen verkocht. Als zo’n noodslachting plaatsvond ging er een omroeper door het dorp om e.e.a. bekend te maken. Voor die functie ging de heer Perridon van de schoenmakerij aan dezelfde straat per fiets en uitgerust met een klein messing toetertje het hele dorp door. Slager Cors van Tilburg was niet erg ingenomen met de concurrentie uit de noodslachting, maar moest zich, net als zijn collegae van het Oude Dorp, bij de situatie neerleggen.
Perridon kon kennelijk wel meer mensen tot irritatie brengen. Op een zaterdagmorgen ging hij met zijn toetertje door de straat met de mededeling dat de hele Dorpstraat ’s middags zou worden afgesloten. De bevolking was onaangenaam verrast, want ’s zaterdagsmiddags ging menigeen boodschappen doen of anderszins op stap. Afgesloten weg? Wat een kolder. Peridon kreeg dus de vraag wat er aan de hand was en waarom de weg dicht moest. Zijn antwoord, met een vilein lachje: “De hond van Zwijgers moet vanmiddag leren fietsen. ”Ja, mensen voor de gek houden, dat was een gebruikelijke gang van zaken om in een eenvoudig en vaak karig bestaan nog enig vertier te brengen.
Straver kreeg, zoals vele dorpsgenoten, een bijnaam nl. Knors. Waar die naam vandaan komt is onbekend, net als de betekenis ervan.

Rechtsonder

Vroeger was er nauwelijks huishoudelijk afval. Toen de vuilophaaldienst in Waddinxveen begon, kreeg elk gezin een verzinkte afvalemmer, die soms amper vol, regelmatig voor lediging aan de weg werd gezet. Voedingsmiddelen werden in de kruidenierswinkel handmatig naar een bepaald gewicht in papieren zakken gevuld. Die zakken werden in het huishouden opnieuw gebruikt om te verpakken of anders om de kachel mee aan te maken. Afval van groenten, aardappelen en fruit ging naar de geit, het varken, het konijn of de kippen. Er werd pas iets weggegooid als het volledig versleten en onbruikbaar was geworden. Kleding werd eindeloos versteld, truien werden uitgehaald om met de wol wat anders te maken, b.v. sokken.
Leen Rip, hier op de foto, zamelde zaken als lorren, oud ijzer of papier in. Hij sorteerde dat in een pand aan de Onderweg en perste het tot balen voor de verkoop aan recyclingbedrijven. Met paard-en-wagen stroopte hij het hele dorp af zoals op de foto te zien is. Later werd het paard vervangen en tufte Leen met zijn motorisch voortgedreven bakfiets langs bedrijven en particulieren. Hij kreeg, net als vele andere dorpsbewoners een bijnaam en werd zo beter bekend als “Leen de Lor”.
Veel verenigingen en clubs wisten hun clubkas te spekken door de inzameling van oud papier en karton dat ze bij Leen inleverden.


Cultuurhistorie van de Parel aan de Gouwe