Historisch Genootschap Waddinxveen

Vertelbank 12: hoek Plasweg/Arie Kempkesweg

Rechtsboven

Waddinxveen kende omstreeks 1900 twee grote aannemingsbedrijven waarvan er een was vernoemd naar de oprichter, Paul Rehorst. Deze werd in 1890 in Capelle aan den IJssel geboren. Na verhuizing van het gezin Rehorst naar Waddinxveen begon Paul in 1913 als eenpitter een metselbedrijf. Na zijn trouwen vestigt hij zich aan de Kerkweg, schuin tegenover de toenmalige Gereformeerde Kerk (foto).

Rehorst is een man van weinig woorden en hard werken die zes lange dagen in de week maakt. ’s Avonds tekent hij in zijn kantoortje voor opdrachtgevers. Hij krijgt door zijn instelling en kwaliteit van werken goede beoordelingen en steeds meer werk. Daarnaast krijgt hij ook te maken met grote tegenslagen, b.v. als in 1953 zijn vrouw overlijdt. Hij blijft de rest van zijn leven als weduwnaar ongehuwd achter onder de zorg van een nichtje van zijn overleden echtgenote. Rehorst blijft echter actief als bestuurslid van de Hervormde Schoolvereniging waar hij de lokale bevolking warm probeert te maken voor het christelijk onderwijs. Zijn bedrijf krijgt steeds meer opdrachten zoals de bouw van het oorlogsmonument, de Rehobothschool en een kleuterschool aan de Onderweg, de Eben-Haëzerschool aan de Jan Dorrekenskade, de winkelgalerij aan de Passage, het winkelcomplex met woningen aan de Groensvoorde, de Immanuelkerk, de ULO-school aan de Kerkweg en legio andere gebouwen en woningen.

In die tijd deed het gerucht de ronde dat het zopas opgeleverde oorlogsmonument weer afgebroken moest worden. Grote ontsteltenis en vragen waarom dat nou nodig was. De verklaring: “Rehorst heeft zijn pet onder het monument laten liggen”.

Na verloop van tijd zijn ook drie zoons actief in het bedrijf geworden en is het verhuisd van de Kerkweg naar de Noordkade naar een groot pand waarin ook de eigen timmerfabriek is gevestigd. Als Rehorst zich terugtrekt groeit het bedrijf onder de leiding van zijn zonen. Maar dan slaat het noodlot opnieuw toe: zoon Kees, pas 49 jaar, overlijdt plotseling in 1969. Zijn twee broers Gerard en Arie zetten het bedrijf voort maar als in 1973 het zestigjarig jubileum wordt gevierd, maakt de oprichter dat niet meer mee. Nederland bouwt er lustig op los want er is veel behoefte aan nieuwe woningen, scholen en bedrijfsgebouwen. Rehorst telt dan al zo’n 190 medewerkers  maar de expansie gaat door. In 1983 wordt het 70-jarig bestaan op bijzondere wijze herdacht: in plaats van een feest worden 25 schoolverlaters bij Rehorst binnengehaald om opgeleid te worden tot volwaardige bouwvakkers. Opnieuw verhuist de aannemingstak van het bedrijf, nu naar de Dorpstraat. De timmerfabriek blijft aan de Noordkade gevestigd. Als collega Peltenburg uit Schoonhoven aan Rehorst wordt toegevoegd telt het bedrijf ongeveer 230 medewerkers. Toch gaat er daarna  iets haperen in de bedrijfsvoering, er worden opdrachten onder kostprijs aangenomen om de werkgelegenheid te continueren. Uiteindelijk raakt het bedrijf zó in moeilijkheden dat het faillissement moet aanvragen. In afgeslankte vorm gaat het met 180 medewerkers over naar de bouwonderneming Adriaan van Erk te Bergambacht, waar het nog steeds onder de naam Rehorst actief is.


Cultuurhistorie van de Parel aan de Gouwe